DE OMGEVING

De hoeve ligt temidden van twintig hectaren bosjes, boomgaarden, weiden, en velden; deels vlak, deels matig tot sterk heuvelachtig, een zeer gevarieerd landschap dus. Ook dat is allemaal goed bewaard gebleven, zoals op te maken valt uit een vergelijking tussen de huidige toestand en oude prenten.



De toegang is een lange, statige dreef van amerikaanse eiken, 160 meter lang, tussen grasland bevolkt door paarden van de verderop gelegen manège. De bosjes geven beschutting aan de gebouwen en scheiden weiden en velden van elkaar. Op een naar het zuiden gerichte helling is een kleine wijngaard aangeplant; twee druivensoorten, ‘ortega’ en ‘müller-thurgau’, leveren elk een fijne witte wijn op.

Vanop elke plek van Speelhoven heb je een ander uitzicht. Het is dan ook een heerlijk wandelgebied, verrassend stil op zulke relatief korte afstand van autoweg en stad.

In principe is het hele landgoed bruikbaar voor de inpassing van kunst in de publieke ruimte. Van editie tot editie zijn andere mogelijkheden ontdekt. De dimensies zijn van die aard dat de kunstenaars ieder afzonderlijk hun werk kunnen doen en toch met elkaar in contact staan, het domein is tegelijk groot genoeg en niet te groot.

In de loop van de jaren heeft het de deelnemende kunstenaars op zeer uiteenlopende manieren geïnspireerd. Berlinde de Bruyckere heeft er een groot bloementapijt uitgespreid. Hans Op de Beeck heeft er een hutje gebouwd, een ‘cabane’ die verwijst naar Le Corbusier, maar die de bezoeker via een raampje (een lijst, een scherm…) ook een welbepaalde uitsnee in het landschap aanbiedt. Hij heeft er zelf een serie tekeningen gemaakt die hij nadien op video in elkaar heeft laten schuiven. Pieter Vermeersch heeft een enorme gele fluostreep gemaakt, opgebouwd met panelen, in feite een monochroom schilderij, honderd meter lang, scherp afstekend tegen de bomen op het hoogste punt van het domein.